Warmteverlies

Warmteverliesberekening

Een warmteverliesberekening is een technische berekening die bepaalt hoeveel warmte een gebouw verliest via onder meer muren, daken, vloeren, ramen, ventilatie en luchtlekken. Ze wordt ondermeer gebruikt om het juiste verwarmingsvermogen te kiezen, bijvoorbeeld voor een warmtepomp of ketel, zodat de installatie niet te klein of te groot is.


Voor wie?

Een correcte dimensionering van de warmteopwekker is essentieel voor een betrouwbare en energie-efficiënte werking van het verwarmingssysteem.

  • Een overgedimensioneerd toestel leidt tot frequent aan- en uitschakelen, wat de efficiëntie verlaagt en de levensduur verkort.
  • Een ondergedimensioneerd toestel kan op koude dagen onvoldoende warmte leveren, waardoor het thermisch comfort van de bewoners niet gegarandeerd is.

Een warmteverliesberekening biedt bouwprofessionelen een objectieve inschatting van het benodigde vermogen voor de warmteopwekker (zoals een warmtepomp).


Bij nieuwbouw met E-peileis is lagetemperatuurverwarming verplicht, voor omgevingsvergunningsaanvragen vanaf 2023. Dat is een installatie-eis, waarbij de ontwerpvertrektemperatuur van het water in het verwarmingssysteem maximaal 45°C mag bedragen. Bij de dimensionering van het verwarmingssysteem per ruimte (vloerverwarming, volume van de radiatoren,…) moet daar rekening mee gehouden worden.


Ook bij renovatie is een goede dimensionering van het thermisch vermogen van een verwarmingstoestel van belang voor een goede en energiezuinige prestatie. De aanwezigheid van een conforme dimensioneringsnota voor het thermisch vermogen van de opwekker vermijdt een nadelige correctie van het systeemrendement van het verwarmingstoestel in de EPB-rekenmethode.

Hoe?

Een warmteverliesberekening/dimensioneringsnota bevat 2 belangrijke elementen:

  • de berekende warmtebelasting (ook wel warmteverlies genoemd) voor elke ruimte en
  • de eigenschappen van de geplaatste afgiftesystemen (radiatoren, vloerverwarming,…).

Deze nota moet aantonen dat bij het gekozen temperatuurregime de afgifte-elementen in staat zijn om het berekende warmteverlies te compenseren.

In de praktijk wil dit zeggen dat:

  • Voor de hele eenheid moet het totale vermogen van de afgifte-elementen (zowel centrale verwarming als plaatselijke) groter of gelijk zijn aan de som van de berekende warmteverliezen voor alle ruimtes (volgens NBN EN 12831).
  • Voor elke ruimte opgenomen in de dimensioneringsnota moet het totale vermogen van de afgifte-elementen groter of gelijk zijn aan het berekend warmteverlies (volgens NBN EN 12831).


Voor de berekening van de warmtebehoefte bij renovatie is geen detaillering per ruimte vereist en hoeft geen rekening te worden gehouden met het afgiftesysteem (in tegenstelling tot bij nieuwbouw). De berekening van de warmtevraag gebeurt op het niveau van het volledige gebouw.